Vrijheidslezing 5 mei 2026
Op 5 mei 2026 werd er in de Nicolaaskerk op Vlieland een vrijheidslezing gehouden door professor Frans Osinga.
Het was de vijfde keer dat de Vlielander Veteranenen een vrijheidslezing hadden georganiseerd; hun eerste lustrum.
Bevrijdingsdag
in de schaduw van München
Frans Osinga
Vlieland, 5 mei 2026
"Herdenken en denken over oorlog begon voor mij al jong. Als kleuter namen mijn ouders mij mee naar Vlieland waar mijn vader nog .50 kogels vond in de duinen. Het begon daadwerkelijk in 1970 op de erebegraafplaats op de Grebbeberg waar ik als kleuter met mijn klas de dodenherdenking bijwoonde en daarna 25 jaar bevrijding vierde. Het ging door toen ik in 1973 de indringende documentaire A World At War mocht zien. Als scholier ging het door want de vader van mijn oudste vriend Michiel was als jongetje in 1945 uit Silesie weggevlucht voor de Russische opmars, en kwam zo in Nederland terecht. Als militair ging het door in herdenkingsceremonies en oefeningen, ook hier boven de Vliehors. In mijn huwelijk ging het door want mijn schoonfamilie net als vele anderen, vanuit gedwongen waren terug te keren na daar generaties te hebben geleefd, na de Japanse bezetting, na internering in Jappenkampen en werk aan de spoorwegen, na de wreedheden van de Bersiap. Thuis besef ik, sinds 2015, hoe vrij wij zijn als vluchtelingen zoals Hafedh langs ons huis lopen op weg naar het AZC iets verderop.
Daarom wil ik graag vandaag hier stilstaan in Vlieland en met u praten over Bevrijdingsdag. Vlieland draagt nog steeds de littekens van oorlog. Hier eindigde die 81 jaar geleden, niet op 5 mei, maar pas op 31 mei, als een van de laatste plekken in Europa. Vlieland, dit kleine eiland zo ogenschijnlijk ver verwijderd van de slagvelden, bevond zich jaren in de frontlijn. En nu vieren we 81 jaar Bevrijding. Een uniek tijdperk: 81 jaar geen oorlog tussen grootmachten en een internationale rechtsorde die ons vrijheid en ongekende welvaart heeft gebracht. Mede dankzij de offers van de 28 Britse jonge mannen die hier naast deze kerk zijn begraven, gesneuveld in de strijd tegen een weerzinwekkend wrede fascistische dictatuur.
Die acht decennia zijn echter ten einde. Vandaar de verwijzing naar München in de titel. We vieren vrijheid wederom in de schaduw van München, het München van 1933, en dat van 1938 toen de signalen van een dreigende oorlog duidelijk werden, maar het voor Nederland te laat was om ons militair nog voor te kunnen bereiden. Maar ook het München van de veiligheidsconferenties van 2016, 2025 en 2026. Conferenties die zo duidelijk maakten dat oorlog dichterbij komt, signalen die we niet kunnen en mogen negeren.
Vandaag vieren we Bevrijdingsdag in het besef dat, duidelijker dan voorgaande jaren, onze vrijheid bedreigd wordt, op een manier zoals we dat niet meer hebben beleefd sinds 1945. Vandaag wordt er zelfs weer gesproken over de kans dat een nieuwe wereldoorlog ontstaat. Vandaag ook zien we de opkomst van die weerzinwekkende ideologie die ons 5 jaar geselde: fascisme. Vrijheden slinken om ons heen. Het aantal democratieën neemt wereldwijd af. Het aantal autoritaire regimes is intussen groter dan het aantal democratieën. Steeds vaker maken politici en analisten een vergelijking met 1938. En vandaag, net als toen, zien we hoe de internationale instabiliteit leidt tot instabiliteit binnen onze eigen maatschappij. Juist daarom ook moeten we stilstaan bij de vraag waarom we Bevrijdingsdag vieren, wat vrijheid is, wat de fundamenten zijn van onze vrijheid. En we moeten ons afvragen waarom de Duitse Bondskanselier Merz recent ons waarschuwde, we leven niet in oorlog, maar zeker ook niet in vrede.
Wat betekent Bevrijdingsdag?
Het is een dag waarop we teruggaan naar de Tweede Wereldoorlog, die tragische breuklijn in de nationale, Europese en wereldgeschiedenis. Die oorlog staat symbool voor een groot kwaad: de bezetting, het einde van de rechtsstaat, het einde van politieke rechten, het einde van democratie, verlies aan rechtsbescherming, het verlies van autonomie, en schaarste en honger, goederen en huizen die gevorderd worden, willekeurige executies, deportaties. We verloren vrijheid. En we werden later bewust van de Holocaust die ook in Nederland een enorm gat sloeg in de Joodse, Roma en Shinti gemeenschap.
De Bevrijding is het moment waarop de bron van onvrijheid werd beëindigd. Bevrijdingsdag gaat ook over de hoop van ‘dit nooit meer’ en het doorgeven en benutten van de lessen die in de gebeurtenis besloten lagen. We kijken terug, staan stil bij het extreme leed, en kijken vooruit. We gebruiken de geschiedenis ook om er van te leren, om te zien of er parallellen met het nu, onze actualiteit, zijn te ontwaren. De geschiedenis als instrument om het heden te begrijpen, en wellicht ook om actuele ontwikkelingen te kunnen duiden en te waarschuwen als patronen van toen zijn te herkennen in gebeurtenissen, toespraken en maatschappelijke processen om ons heen. En om herhaling van wat ons toen overkwam te kunnen voorkomen. Daarom is er Bevrijdingsdag.
Maar wat is dan die Vrijheid is die we vieren? Dat is niet makkelijk en eenduidig te definiëren. Vrijheid is een veelzijdig begrip met voor iedereen vaak meerdere en verschillende betekenissen, een fenomeen ook dat in zijn variëteit en persoonlijke en maatschappelijke reikwijdte evolueert. Twee typologieën helpen om op deze vraag vat krijgen. Franklin Roosevelt heeft ons de nog altijd bruikbare ‘Four Freedoms’-indeling gegeven: de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van geloof, de vrijwaring van gebrek en de vrijwaring van angst. Deels overlappen die met het onderscheid dat Isaiah Berlin ons gaf: het onderscheid tussen positieve vrijheid – de vrijheid tot ontplooiing - en negatieve vrijheid - de vrijheid van inmenging. De eerste is een persoonlijke vrijheid. De tweede een politieke. Voor de meeste Nederlanders betekent vrijheid nu vooral persoonlijke autonomie. Kunnen doen en laten wat je wilt, jezelf kunnen zijn, vrijheid van meningsuiting, vrijheid jezelf te associëren met mensen en groepen. Dat is positieve vrijheid. Die positieve vrijheid vereist wederzijdse tolerantie en vrijwaring van inmenging door de staat, de kerk of de buren, of wel negatieve vrijheid. Wij genieten inmiddels van alle vier vrijheden van Roosevelt en ook de positieve en negatieve vrijheden van Berlin.
Zij zijn intussen onderdeel van onze identiteit. Vrijheid als identiteit stamt al van voor de Duitse bezetting. Ons zelfbeeld is gevormd door bijvoorbeeld de opstand tegen het Spaanse bewind. Door de stichting van de stichting van de Republiek der Zeven Provinciën waarin mensen in Holland in vergelijking met de absolute monarchieën in Europa een grote vrijheid kenden. Wat wij kenmerken vinden van ons land, stamt uit die tijd: vrijheid van geweten, een vrije handelsnatie, een tolerante samenleving en toevluchtsoord voor religieuze minderheden en vrijdenkers. Maar de vrijheid die we nu ervaren, de vele vrijheden die wij nu genieten zijn van recentere datum.
De wederopbouw zag het herstel van democratie maar niet een snelle uitbreiding van vrijheden. Na de euforie van 1945 kwam ook deceptie: terugkerende Joden wachtte een kille ontvangst, datzelfde lot wachtte mensen die terugkeerden uit Indonesië. Het duurde tijdens de wederopbouw voor veel burgers lang om weer tot een acceptabele levensstandaard te komen. Verzuiling beperkte onze positieve vrijheden. Maar de jaren 60 en 70 brachten groeiende welvaart, sociale omwentelingen, ontkerkelijking, ontzuiling, en daarmee nieuwe vrijheden. De anticonceptiepil, de tweede emancipatiegolf, studentenrevoltes: Nederland kreeg een ander (en opnieuw vrijer) gezicht.
Met de val van de Muur en de instorting van de Sovjet-Unie aan het eind van de jaren 80 viel bovendien de dreiging van de Koude Oorlog weg; ‘het einde van de geschiedenis’ werd uitgeroepen. Liberale democratie als maatschappelijke ordeningsmodel had gezegevierd. Vrijheid had gewonnen. Sindsdien is vrijheid uitgespreid richting Oost-Europese landen. Meer mensen in Europa zijn vrij, en er zijn in Nederland ook meer vrijheden bijgekomen in de vorm van bescherming van minderheden, vrouwen, kinderen, vluchtelingen, en homo’s. Op 4 en 5 mei actualiseren we de belevenis van die vrijheden als individu, en, in de rituelen die we gezamenlijk doorlopen, ook als natie. Vrijheidsherdenking en viering zijn die jaarlijks weerkerende momenten waarin Nederlanders zich met Nederland verbonden voelen. Op Bevrijdingsdag, de dag waarop onze driekleur hoog in de mast wappert, herleven wij onze identiteit.
De fundamenten en forten van onze vrijheid
Maar vrijheden zijn fragiel zonder een burcht. Daarom moeten we op Bevrijdingsdag ook stilstaan bij de fundamenten en forten van onze vrijheden. Onze vrijheden zijn gevormd door, en liggen verankerd in de evolutie van onze rechten en in internationale organisaties. Ook hierom staan we stil bij de Tweede Wereldoorlog. Het is een vertrek- en ankerpunt van onze vrijheid want het is de geboortegrond van het mensenrechtensysteem zoals we dat vandaag de dag kennen – met internationale verdragen en internationaal toezicht, en de bijbehorende instituten. En ook het denken over oorlog is vervat in nieuwe normen en instituties. Zij zijn een reactie op de oorlog.
De VS hebben een leidende rol gespeeld in het opzetten van het bouwwerk van wat we nu de internationale rechtsorde noemen zoals de Wereldbank, het IMF, diverse handelsovereenkomsten, de NAVO en de VN. Zij waren de primaire architecten. In Europa is de EU een aanvullende hoeksteen van welvaart, veiligheid en vrijheid. Nederland heeft aan de wieg daarvan gestaan, en ook de voorloper van de EU begon met het doel oorlog in Europa te voorkomen. Instituten zijn essentieel, want ‘dit nooit meer’ moet ook wapens hebben.
De NAVO werd op 4 april 1949 opgericht met de ondertekening van de Washington Treaty. Het trauma van de oorlog en de wens herhaling te voorkomen zien we terug in dit verdrag wanneer de lidstaten ‘reaffirm their faith in the purposes and principles of the Charter of the United Nations and their desire to live in peace with all peoples and all governments. They are determined to safeguard the freedom, common heritage and civilisation of their peoples, founded on the principles of democracy, individual liberty and the rule of law. They seek to promote stability and well-being in the North Atlantic area. They are resolved to unite their efforts for collective defence and for the preservation of peace and security.'
In Europa beginnen Europese politici met de opbouw van wat we vandaag als de Europese Unie kennen. met als doel een einde te maken aan de frequente en bloedige conflicten die hun hoogtepunt vonden in de Tweede Wereldoorlog, De Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, die in 1951 werd opgericht, is de eerste stap naar een duurzame vrede. In 1957 wordt bij het Verdrag van Rome de Europese Economische Gemeenschap (EEG) opgericht, die een nieuw tijdperk van steeds nauwere samenwerking in Europa inluidt.
Dat zijn de forten waarin onze vrijheden en waarden hun borging vinden in rechten en in instrumenten om die te beschermen. Dat geldt ook voor de VN. Deze werd, simpel gesteld, opgericht om oorlogen te voorkomen. In het Handvest van de Verenigde Naties, dat in 1945 werd ondertekend, wordt de oorlog expliciet genoemd als aanleiding voor de internationale samenwerking. Daarin verklaren de regeringsleiders vastbesloten te zijn om:
[…] komende geslachten te behoeden voor de gesel van de oorlog, die tweemaal in ons leven onnoemlijk leed over de mensheid heeft gebracht en, opnieuw ons vertrouwen te bevestigen in de fundamentele rechten van de mens, in de waardigheid en de waarde van de mens als individu, in gelijke rechten voor mannen en vrouwen, alsmede voor grote en kleine volken, en omstandigheden te scheppen waaronder gerechtigheid, alsmede eerbied voor de uit verdragen en andere bronnen van internationaal recht voortvloeiende verplichtingen kunnen worden gehandhaafd, en de sociale vooruitgang en hogere levensstandaarden in grotere vrijheid te bevorderen […] (Handvest van de Verenigde Naties, preambule)
Het gedrag van staten en autoritaire leiders moet worden beheerst. Oorlogen moeten worden voorkomen. Daartoe worden op het gebied van oorlogvoering, na en vanwege de Tweede Wereldoorlog, nieuwe regels opgesteld. Het VN Handvest maakt in Art 51 duidelijk dat agressieve oorlog verboden is. Alleen onder specifieke condities is militair geweld nog geoorloofd, namelijk uit zelfverdediging, of ten behoeve van collectieve verdediging. Het humanitaire oorlogsrecht wordt ontwikkeld teneinde de uitwassen te voorkomen van totale oorlog zoals we die in 40-45 zagen in de toekomst te voorkomen zoals de massale bombardementen boven Rotterdam, Coventry en Duitse steden. Normen worden gecodificeerd over de bescherming van burgers en culturele objecten, over wat daadwerkelijk een legitiem militair doel is, en als het een legitiem doel betreft, gelden er eisen over proportionaliteit in het gebruik van geweld.
Mensenrechten komen ook tot ontwikkeling, en hiermee wordt invulling gegeven aan de intenties van het Handvest. In 1946 wordt binnen de VN een speciale Commissie voor de Rechten van de Mens ingesteld. Op 10 december wordt een Verklaring aangenomen door de Algemene Vergadering met een opsomming van mensenrechten. Het gaat om burgerrechten en politieke rechten, zoals het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op deelname aan het bestuur van het land en om economische, sociale en culturele rechten zoals het recht op arbeid en het recht op een behoorlijke levensstandaard. De vier vrijheden zijn herkenbaar.
Artikel 1 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens maakt de essentie van mensenrechten duidelijk: ‘Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren’. Het gaat om fundamentele rechten die ieder mens toekomen, altijd en overal. Waardigheid, vrijheid en gelijkheid zijn hier fundamentele beginselen net zoals participatie (in samenleving en besluitvorming) en zelfbeschikking. En in artikel 2 staat dat ‘Een ieder heeft aanspraak op alle rechten en vrijheden die in deze Verklaring zijn opgesomd, zonder onderscheid naar ras, kleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, eigendom, geboorte of andere status.’ Vrijheid is dus het uitgangspunt, inperking ervan is de uitzondering.
Het begrip vrijheid staat dus centraal in de mensenrechten. Zij beogen Berlin’s twee soorten vrijheid in zo groot mogelijke mate te garanderen. De negatieve vrijheid wordt vooral door de fundamentele mensenrechten gegarandeerd, de positieve vrijheid door de garantie van sociaaleconomische en culturele mensenrechten. Mensenrechten bieden aldus een breed begrip van vrijheid, vanuit het besef dat het om vrijheid werkelijk te kunnen genieten niet alleen belangrijk is om ‘vrijheidsrechten’ zoals individuele burgerrechten en politieke rechten te hebben, maar ook verzekerd te zijn van een bestaansminimum en andere economische, sociale en culturele rechten. En vrijheid mag slechts aan banden worden gelegd in zoverre dat noodzakelijk is om anderen optimale vrijheid te garanderen. Inmiddels is er een uitgebreide verzameling van algemene mensenrechtenverdragen, verdragen die veelal pas na jaren van intensieve nationale en internationale juridische en politieke beraadslagingen tot stand zijn gekomen.
Om een besef te krijgen van die rijkdom aan rechten die zorgen voor onze rijkdom aan vrijheden, is een kleine opsomming nuttig. Ik noem hier het recht op gelijke behandeling en verbod van discriminatie (gelijkheid voor de wet, gelijkheid voor de rechter); Integriteitsrechten (bescherming van de persoon en van zijn of haar privacy, huis en familieleven, martelverbod); Vrijheidsrechten (vrijheid van meningsuiting, van godsdienst en levensovertuiging, van vereniging). Participatierechten (recht op deelname aan het bestuur van een land, kiesrecht); Rechten van arrestanten, verdachten en gedetineerden (verbod op willekeurige arrestatie en detentie, recht op onafhankelijke en onpartijdige rechtspraak); Rechten van beschermde groepen (vrouwen, kinderen, minderheden). Rechten van vreemdelingen en vluchtelingen (recht het land te verlaten en terug te keren, asielrecht, recht op gezinshereniging); Verbod op discriminatie; Sociale en economische rechten (recht op behoorlijke levensstandaard, recht op sociale voorzieningen, vrijheid van vakvereniging, recht op onderwijs, recht op gezondheid); Culturele rechten (recht om deel te nemen en bij te dragen aan cultuur, recht om de eigen taal te spreken, bescherming van auteursrecht en van de eigen naam, vrijheid van wetenschappelijk onderzoek).
Deze lijst is een weerslag van een collectief normbesef, van de overtuiging dat internationaal recht, mensenrechten, en het humanitair oorlogsrecht, het internationale samenwerking, bevorderen van individuele vrijheid en menselijke waarden essentieel zijn voor vooruitgang en voorkomen van wrede barbarij zoals die generatie van politici tweemaal in hun leven hadden meegemaakt.
Dat wij 81 jaar in vrijheid en zonder oorlog hebben kunnen leven is geen toeval maar is in niet geringe mate te danken aan deze architecten van de internationale rechtsorde. Dat is ook de reden dat in de het veiligheid- en defensiebeleid van Nederland altijd het besef doorklinkt dat Nederland voor welvaart, vrijheid en veiligheid afhankelijk is van effectieve internationale organisaties zoals de VN, de EU en de NAVO. Daarom ook is Nederland de thuisbasis van het Vredespaleis en het internationaal Gerechtshof. Vrijheden geborgd in het recht en instituties zijn een schild tegen oorlog en agressief gedrag van staten onderling en van overheden tegen burgers.
Zondagskinderen: de prijs van vrede
Die forten worden aangevallen. In 2020, na 75 jaar bevrijding, identificeerden Nederlandse burgers bij vrijheid zich niet met de vierde vrijheid van Roosevelt: de vrijwaring van angst, ofwel de vrijwaring van oorlog en onderdrukking. Nu, 81 jaar na de bevrijding, moet dat misschien wel weer. In November vorig jaar waarschuwen twee Amerikaanse analisten al dat ‘one of history’s greatest achievement is under threat’, want ‘the end of the longest peace’ dreigt. Dat klonk ook door in de toespraak van Hugo de Jonge in Middelburg bij de uitreiking van de Four freedoms Award aan Zelensky enkele weken geleden.
For decades, we prospered while pursuing these freedoms. Cooperation between free countries, working together in a friendly manner, provided wealth, stability and security…we believed in the righteousness of freedom for everyone, everywhere in the world. And so we committed ourselves to the realization of these freedoms. This commitment is no longer self-evident. Every day we see how the four freedoms are being weakened by authoritarian forces in our world. How they no longer respect the rights of the vulnerable. How they no longer try to save succeeding generations from the scourge of war. How they no longer reaffirm faith in the dignity and worth of every human person. It seems we are just at the beginning of that harsh reality.
De Jonge erkent ook onze naïviteit als hij toegeeft dat:
For too long, we have thought that the four freedoms were the obvious and only path that world history was on…. That it was just a matter of time before this moral order would bring down all tyranny’s in this world…Every year, there was more democracy in the world. Less poverty. More peace…And so we forgot that the course of history does not bend towards the four freedoms, unless we stand up for them and are willing to defend them.
De Poolse premier Donald Tusk durfde het scherper te stellen: we live in a prewar period stelt hij vast. En wij, in Europa, hebben grote moeite een antwoord te formuleren op de enorme snelle afkalving van de fundamenten van onze vrijheid en welvaart, de aanslag op de internationale instituten, de hoekstenen van onze manier van leven: de EU, de NAVO, de VN en het internationale recht. We zijn verrast en geschokt. We betalen nu de prijs van vrede. Zeker na de val van de Muur in 1989 zijn we vrede en vrijheid als vanzelfsprekend gaan zien. En oorlog als een relikwie uit een barbaars tijdperk. Wij, de zondagskinderen van Europa zoals Caroline de Gruyter het noemde, waren vergeten hoe kostbaar en fragiel vrijheid is.
En dat terwijl we zeker sinds 2014, het jaar van de Russische annexatie van de Krim, getuige waren van de terugkeer van de geschiedenis. En zeker 24 februari 2022, de dag dat Rusland Oekraïne binnenviel, is een datum waarop we voorgoed de naïviteit van ons moeten afschudden over internationale veiligheid, over Rusland, over het risico van de terugkeer van grootschalige oorlog dicht bij huis. We dachten dat dat niet meer zou voorkomen. We dachten na het einde van de Koude Oorlog, die mooie dag van 9 november 1989 toen de Berlijnse muur viel, dat vrede was uitgebroken.
Maar onze naïeve strategische cultuur begint al eerder. Al in de jaren 70-80 begint in dit deel van Europa de kentering in de publieke en politieke mindset als het gaat over de zin van de nucleaire afschrikking-strategie en de waarde van het militaire instrument. De Amerikaanse politicoloog John Mueller ziet in dit deel van Europa een pacifistisch virus rondwaren. Hollandization noemt hij dit proces van ‘de-bellicozation’. Oorlog wordt onbewust ondenkbaar: het komt mentaal niet meer voor in het arsenaal van machtsinstrumenten van de staat waarmee belangen kunnen worden behartigd.
Oorlog is een verouderd en dysfunctioneel instrument en verschijnsel dat het Westen kan afleren, net zoals we duelleren en roken kunnen afleren. En met het vallen van de muur en het opbreken van het Warschau Pact begint het optimistische decennium van de jaren 90, en we casseren het vredesdividend. Soft power, internationale instituties, wederzijdse afhankelijkheden, economische banden, dat zijn de bouwstenen van veiligheidsbeleid. Er valt met oorlog niets zinnigs meer te winnen. “War, what is it good for”, is een titel van een beroemde popsong. Europa is ook veilig nu. We geloven graag het argument van Fukuyama in zijn iconische boek Het Einde van de Geschiedenis en de Laatste Mens. Ons liberale democratische systeem heeft de toekomst nu ook het communisme heeft gefaald, nadat eerder het fascisme werd verslagen. Er is geen ideologische strijd meer. Militaire macht en middelen hebben hun waarde verloren als valuta in het internationale verkeer.
Wij leefden, zo stelde de Amerikaan Robert Kagan in 2003, in Europa in het paradijs, ons beschermd wetend door de Amerikaanse veiligheidsparaplu. Westerse waarden en idealen moesten en konden nu worden verspreid. “A new world order”, voorspelde George Bush in 1990. En daar waar wij humanitaire waarden bedreigd zagen in de wereld, zetten we vredesoperaties op. Dat was nu onze plicht. Als de inzet van militair geweld überhaupt werd overwogen, dan kon dat ook alleen maar gelegitimeerd worden als het om humanitaire belangen ging, als minderheden bedreigd werden, mensenrechten geschonden, of oorlogsmisdaden werden gepleegd. De vrijheid van anderen, daar ging het om. Wij hadden, zoals de VN sinds 2005 het noemde, een ‘Responsibility to Protect’. Niet langer was soevereiniteit het primair Leitmotiv in het internationale recht, maar mensenrechten en ‘human security’.
En als dan militair geweld moest worden toegepast om warlords onder druk te zetten of burgers te beschermen, dan mocht dat alleen als alle risico’s van oorlog, burgerslachtoffers, schade aan civiele objecten, maar ook slachtoffers onder eigen militairen tot een minimum beperkt konden worden. Westerse militaire technologie, precisiewapens, toonden ook aan dat westerse militairen aan die hoge eisen konden voldoen. Een historisch unieke en hele positieve ontwikkeling stelde de recent overleden Londense hoogleraar Christopher Coker. Hij noemde het “humane warfare”. De mens stond weer centraal.
We ontkenden dat deze humanitaire interventies eigenlijk ook niets meer dan een eufemisme voor oorlog voeren want wel degelijk vond er strijd plaats. De verschrikkingen van de etnische oorlogen in Joegoslavië en Rwanda, en zeker de slachtingen van Screbrenica, toonden aan dat oorlog voor warlords zoals Milosevic nog steeds een geliefd middel was om hun macht te vergroten. En de strijdmethoden, de etnische zuiveringen, de moordpartijen op burgers, de verkrachtingen, dat waren geen nevenverschijnselen maar de bewuste gehanteerde strategie. in deze oorlogen waarin identiteit – etniciteit, nationaliteit of religie – het centrale motief vormden.
De Ander, met hoofdletter A, die burger met een andere identiteit, was de absolute vijand en elke vorm van geweld was geoorloofd. Het spook van nationalisme, racisme en neo-fascisme bleek ook in Europa toch niet voorgoed uitgebannen. In tegendeel, etniciteit werd gecreëerd en gemobiliseerd om bevolkingsgroepen op te hitsen, om een vijandbeeld te creëren en om geweld te legitimeren. Daar waar het westen alleen nog militair geweld toepaste onder zeer strikte randvoorwaarden en beperkingen, was hier sprake van totale oorlog en hanteerden de strijdende partijen, wat één auteur noemde, geraffineerde barbarij. De succesvolle dwangacties, waar Amerikaans leiderschap en militair materieel onontbeerlijk was, tegen Milosovici luidden het einde in van de burgeroorlog daar, en vrede in Europa leek daadwerkelijk te zijn neergedaald. Oost-Europese landen, onze voormalige vijanden, werden lid van de EU en later de NAVO. “A Europe whole and Free” lag in het verschiet.
De verschrikkelijke terreuraanslagen van 9/11 door Al Qaeda op de symbolen van het Westen, en de daaropvolgende aanslagen in Madrid en Londen verscheurden deze illusie en toonden dat de traditionele scheiding tussen buitenlandse veiligheid-binnenlands irrelevant was geworden. Een radicale ideologie, ditmaal religieus van aard, was opgestaan en was een heilige oorlog begonnen tegen iedereen die een andere religie aanhield, of geen religie had. Een beweging die geloofde dat die strijd al eeuwen aan de gang was, waarin iedere vorm van geweld tegen de afvalligen geoorloofd was. Een beweging die in staat bleek ook in Europa het hart van onze maatschappijen wreed te treffen. Om veilig te zijn in Europa, moesten we, zo stelden zowel de EU als de NAVO, in samenspraak met de VS, bereid zijn het probleem bij de bronnen aan te pakken, en die bronnen lagen in de falende staten in het midden oosten en Afrika. Zo werd oorlog risicomanagement: de inzet van Westerse militairen, werd beschouwd als middel als risico’s ver buiten Europese grenzen te houden.
In 2003 schreef de Europese Unie daarom ‘In an era of globalization, distant threats may be as much a concern as those that are near at hand’. Daarom werd de hoofdtaak van westerse krijgsmachten het wederopbouwen van die falende staten en het aldaar bestrijden van terreurbewegingen. En daarmee konden ook de humanitaire condities voor lokale burgers verbeterd worden, en de liberale waarden verspreid. Humanitaire waarden en veiligheidspolitieke belangen vloeiden ineen. Analytisch klopte dat en de aspiraties waren nobel, maar ook erg ambitieus, langdurig, ver van huis, en kostbaar.
En ook daar bleek dat stabilisatie missies gewoon oorlog waren. Bodybags kwamen thuis. De Taliban vocht met irreguliere tactieken. Uiteindelijk bleek dat export van het Westerse liberale parlementaire democratische model nauwelijks mogelijk is in een diep traditionele maatschappij zoals die van Afghanistan. Maar deze tegenslagen betekenden niet dat de consensus over wat veiligheid bedreigde ging veranderen. In 2010 publiceerde de NAVO haar nieuwe strategische concept en daarin werden nog steeds terrorisme, gewelddadige niet-statelijke actoren en falende staten als de grootste problemen geïdentificeerd. Een oorlog op Europees continent werd als uiterst onwaarschijnlijk gezien. Art 5, collectieve verdediging, was minder belangrijk geworden.
Crisismanagement operaties, daar draaide het om binnen de NAVO en EU. Vredesmachten in plaats van krijgsmachten. Onvrijheid en onveiligheid waren nog steeds ver weg. In die overtuiging leken verdere bezuinigingen op Europese defensie, zeker tijdens de zware economische crisis van 2009, verantwoord. In Syrië en Irak zagen we weliswaar het weerzinwekkende gezicht van religieuze oorlogvoering toen ISIS grote delen wist te veroveren. En in delen van Afrika terroriseerde Boco Haram op eenzelfde wijze Christelijke bevolkingsgroepen. We zien beelden van bomaanslagen, ontvoeringen van meisjes, rituele publieke executies, kruisigingen en stenigingen, beelden van onthoofdingen. Maar dat was toch relatief ver weg.
De Britse historicus Michael Howard stelde echter al in 2000 dat deze Westerse opvatting een illusie is. De 50 jaar vrede in West-Europa was een uitzondering. Oorlog is eerder de norm in Europese geschiedenis. Vrede is een uitvinding, slechts een pauze tussen oorlogen. 2014 gaf hem gelijk. Net als de val van de muur in 1989 en de aanslagen van 9/11, is het jaar 2014 een jaar van kentering in internationale veiligheid, een paradigmawisseling.
2014: oorlog keert terug in Europa
Voor ons in Nederland staat 2014 in de donkere schaduw van het neerschieten van vlucht MH17. Dat drama voltrekt zich nadat Rusland met militaire macht de Krim annexeert. We schrikken wakker van de Russische agressie. Rusland bestookt ook ons en andere Westerse landen met cyberaanvallen, media manipulatie, met desinformatie om het vertrouwen in de overheid en wetenschap te ondermijnen, met beïnvloeding van verkiezingen, wapenleveranties aan groepen in de Balkan en vergiftigingen in het Verenigd Koninkrijk. Dat is oorlog, maar niemand die het ziet, stelde Huub Modderkolk terecht.
Alles bedoeld om in onze landen het politieke klimaat te polariseren en aan de fundamenten van onze rechtstaat te knagen. Alles met de hoop om de eenheid van Europa en het Westen in het algemeen te ondermijnen. Alles ook om op termijn de Oost-Europese lidstaten weer onder de vleugels te krijgen en daarmee de invloedsferen van weleer te herstellen.
Dat als opmaat naar nog verdergaande expansie van de Russische invloed. Al sinds zijn aantrede is de agenda van Poetin duidelijk: herstel van Rusland als supermacht, inclusief bufferstaten. Hij heeft, zoals Beatrice de Graaf dat recent elegant uitlegde, een Tsaristische droom en wil Rusland terugbrengen naar het Rusland van de 19de eeuw. Desnoods door dreiging met nucleaire wapens. In 2016 waarschuwt Poetin tijdens een grote conferentie in München het Westen dat we in een nieuwe Koude Oorlog en een beschavingsoorlog zijn verwikkeld. Hij ziet het Westen niet als rivaal maar als de Absolute Vijand, en in de strijd met een Absolute Vijand zijn geen concessies mogelijk, geen blijvende bestanden, maar alleen gevechtspauzes.
De NAVO-lidstaten komen in 2014 snel in Wales bijeen. Niet langer zijn humanitaire operaties de hoofdtaak van de NAVO maar weer de traditionele collectieve verdediging. Art 5 staat weer centraal. Een aanval op 1 is een aanval op allen. We moeten weer meer in defensie investeren. Maar tegelijkertijd ontdekt de NAVO dat door de lange afbrokkeling van de Europese krijgsmachten, de geloofwaardigheid van de afschrikkingsstrategie twijfelachtig is. Het zal ook voor veel landen 10 jaar duren voordat de beloofde 2% wordt bereikt. Niet vreemd dan ook dat een spraakmakende studie in 2016 concludeert dat bij een eventuele crisis met Rusland, Art 5 niet kan worden gegarandeerd aan de Oost-Europese lidstaten.
Wanneer Trump het Witte Huis binnentreedt, is het bovendien niet meer zeker of de VS nog wel achter de NAVO staat. Hij hecht weinig tot geen waarde aan internationale organisaties. Met zijn ‘America First’ beleid heeft hij meer affiniteit met autoritaire leiders dan met zijn Europese liberale collega’s. Hij betitelt de media als de vijand van het volk en beschuldigt hen van het verspreiden van ‘fake news’. Net als andere extreemrechtse en populistische politieke leiders (zoals Orban, Wilders, Baudet, Farage en LePen) in Europa waarschuwt hij voor de instroom van vluchtelingen en niet-westerse immigranten en voor de bedreiging die hier van uitgaat voor de Westerse beschaving. Niet Rusland maar de immigrant is de grote nieuwe vijand. Ook hij verheft identiteit en nationalisme tot kern van zijn veiligheidsbeleid. En alleen hij kan de VS redden.
Kijkend naar deze zorgwekkende ontwikkelingen lanceert de EU in 2016 haar nieuwe veiligheidspolitieke visie: de Russische agressie, de bekoelde trans-Atlantische band en de grote stroom vluchtelingen vanuit het Midden-Oosten en Noord-Afrika, allen op de vlucht voor ISIS, burgeroorlogen en Boko Haram. En van binnenuit leiden de vluchtelingenstromen en de ophitsende retoriek van extreemrechtse politici tot aantasting van de stabiliteit van onze maatschappijen. Op de horizon ziet het rapport bovendien een assertiever China. Het rapport waarschuwt dat we in een tijd van existentiële dreigingen leven. De Europese waarden, onze binnenlandse democratische instituties en manier van leven worden van buitenaf bedreigd.
Ook andere studies waarschuwen ons dat onveiligheid nabij is en onvrijheid loert. In 2017 publiceert de WRR een alarmerend rapport over de verslechterende geopolitieke context waarin Nederland zich bevindt. HCSS en Clingendael vertellen ons in 2018 dat we in een ‘interregnum’ leven, een tijdsgewricht waarin de huidige Westerse internationale rechtsorde wankelt en een andere al opdoemt, een periode die historisch gezien vaak gepaard gaat met grootschalige oorlog. Auteurs waarschuwen ons voor de afkalvende militaire superioriteit van het Westen nu Rusland en China hun militaire arsenaal uitbreiden en moderniseren. Zij zien toenemend polariserend taalgebruik van regeringsleiders van grote landen, een toename van cyberaanvallen en propaganda, en groeiende defensie uitgaven buiten Europa. Terreurbewegingen zoals Hamas en Hezbollah tonen ook aan dat zij beschikken over middelen zoals lange afstandsraketten en drones en daarmee het vermogen om staten vanaf grote afstand te treffen.
Binnenlandse maatschappelijke processen staan ook bloot aan deze destabiliserende dynamieken, het ondermijnen van liberale instituten. Auteurs zoals Madeleine Albright waarschuwen voor de wederopstanding van een ideologie waarvan we hoopten die nooit meer tegen te komen: fascisme en de aantrekkingskracht van extreemrechtse politieke bewegingen in Westerse landen. En onder Trump, stelt zij in 2018, wordt de VS, het land wij zagen als baken en anker van de vrije wereld, het land dat de na 1945 de fundamenten legde voor de Westerse liberale wereldorde, dat land wordt sinds 2016 geleid door een president die ‘exacerbates popular divisions and heaps scorn on democratic institutions’.
Ook Timothy Snyder waarschuwt voor antidemocratische tendensen in Westerse landen. In 2017 in een klein boekje met de titel On Tyranny beschrijft hij hoe democratie in Europese landen in het interbellum langzaam bezweek onder fascistische en communistische aanslagen op instituten, moraliteit en het recht. In 2018 laat hij in The Road to Unfreedom zien hoe autoritaire leiders in Rusland, de VS en Europa moedwillig de hoekstenen van liberale democratieën ondermijnen. De legitimiteit van verkiezingen wordt ontkend, de media en liberale instituten – universiteiten en kritische denktanks - worden de mond gesnoerd, feiten en waarheid zijn irrelevant, rechtspraak wordt gepolitiseerd, discriminatie en corruptie nemen toe, internationale organisaties zoals de VN en de EU worden als ongewenst of zelfs vijandig beschouwd en niet-Westerse immigranten worden weggezet als vijand. Zij grijpen terug naar een geïdealiseerd mythisch verleden, wakkeren extreem nationalisme aan en maken gebruik van propaganda en media-manipulatie. Persvrijheid en vrijheid van meningsuiting worden beperkt net als participatie in politieke processen.
Dit is, in de woorden van Jason Stanley in zijn boek How Fascism Works, de politiek van ‘Us Against Them’. Anne Applebaum ziet in haar boek Autocracy Inc eveneens hoe autoritaire leiders elkaar vinden in een gemeenschappelijk ‘authoritarian playbook’. Het zal leiden, verwacht Fareed Zakharia, tot illiberal democracies. En zij waarschuwen, in koor met Steven Levitsky en Daniel Ziblatt in hun boek How Democracies Die, voor democratic backsliding: de doelgerichte geleidelijke erosie van de hoekstenen van onze democratie dat langzaam uitmondt in een autoritair repressief politiek systeem.
Maar Europa neemt de waarschuwing niet voldoende serieus. Als we Europese defensie-uitgaven als indicatie nemen, dan hebben we in Europa al deze waarschuwing eigenlijk genegeerd want de defensiebudgetten stegen van 2014 tot aan 2022 nauwelijks en zeker niet tot 2% van het BNP.
2022: de aanval op de Europese toekomst
Als Rusland dan op 24 februari 2022 Oekraïne binnenvalt, dan hadden we eigenlijk niet verrast mogen zijn. En ook mogen we niet verrast zijn als analisten ons tijdsgewricht vergelijken met de jaren dertig van de vorige eeuw. Zoals David Cameron ons waarschuwde in 2024, we leven in een tijd die lijkt op 1938. Een tijd net als toen waarin de opkomst van agressieve autoritaire regimes en het toenemende risico op oorlog in Europa voor iedereen zichtbaar was. Maar verrast en geschokt waren we wel want tot die 24ste februari negeerden we in Europa grotendeels de vele waarschuwende signalen. De VS had ons sinds oktober 2021 ook al gewaarschuwd dat al dat die 150000 Russische troepen die nu onder het mom van een oefening verzameld waren langs de grens met Oekraïne niet weg zouden gaan in de winter, maar daar zouden blijven. Een oorlog zou er komen.
Poetin had in 2021 in een essay wederom zijn obsessie met Oekraïne neergelegd. Net als in toespraken in 2008 stelt hij dat Oekraïne Russisch grondgebied is, en dat Oekraïne geen eigen identiteit noch cultuur kent. Oekraïne als zelfstandig soeverein land moest worden veroverd en de identiteit vermorzeld. En genocidale ambitie. Zijn inspiratiebronnen zijn Alexander Dugin en Ivan Ilyin, invloedrijke Russische politieke filosofen. Volgens hen kent Rusland een unieke beschaving die nog in opmars is. De Europese is decadent en brokkelt al af. En Rusland zou die stelselmatig moeten gaan wegvagen zodat de superieure Russische beschaving zich zal uitstrekken van de Stille Oceaan tot aan de Atlantische. Een antiwesterse, conservatieve, diepreligieuze en extreem-nationalistische ideologie. Dat is de fascistische ideologische achtergrond van Poetins oorlog in Oekraïne. Het is, in de woorden van het Kremlin, een oorlog om de toekomst van Europa.
Het militaire plan van Rusland bestond uit een 10-daagse veldtocht naar Kiev om zo snel mogelijk de Zelensky regering te liquideren en de Russische vlag te hijsen op de regeringsgebouwen. Regime change. Dat plan leek wel degelijk kans van slagen te hebben als we naar de aantallen troepen, tanks en vliegtuigen keken. Bovendien nam Poetin terecht aan dat het Westen zwak en verdeeld was en te laat zou reageren. Het westen had ook al impliciet aangegeven zich militair niet te zullen mengen als Rusland een oorlog zou beginnen, dit om escalatie richting een 3de wereldoorlog te voorkomen. Het Westen werd door Poetin met die angst voor escalatie gegijzeld.
Maar mede dankzij bondgenoten, bood Oekraïne fel en slim weerstand, en houdt nog steeds stand. Het wist beslissende veldslagen te vermijden en bracht de eerste week grote verliezen toe aan de Russische strijdkrachten, die volstrekt niet waren voorbereid op een effectieve verdediging. Op 9 april 2022 trok Poetin zijn troepen terug van Kyiv en concentreerde zijn aanvallen op de Donbas regio. Oekraïne wist in het najaar Charkov, daarna Kherson te heroveren. Het Russische winteroffensief van 2023 leverde Rusland vrijwel niets opgeleverd naast de ongeveer 60000 gesneuvelde militairen. Daarna verzandt de oorlog in een slijtage slag. Rusland bezet nu 22% van Oekraïens grondgebied, evenveel als in april 2022. Rusland heeft inmiddels al meer dan 1,3 miljoen militairen verloren en verliest dagelijks 1000 man, grotendeels ten gevolge van Oekraïense drones, waar nauwelijks terreinwinst tegenover staat. De Russische economie lijdt onder de sancties en de financiering van de oorlog waar rond 40% van alle overheidsuitgaven naar toe gaan.
Westerse steun is voor Oekraïne onontbeerlijk en die wordt geleverd. Op die donderdag 24 februari herontdekte het Westen wat het betekent om het Westen te zijn. Ook Nederland, dat zelfs een voortrekkersrol speelt. Direct werd onderkend dat dit een oorlog is niet alleen tegen Oekraïne, maar een ideologische strijd tussen autoritaire regimes en democratieën. Direct werd erkend dat hier fundamentele waarden en belangen van het Westen op het spel stonden. Rusland voert namelijk een verwoestende Totale Oorlog, niet alleen gericht op de Oekraïense strijdmacht, maar op de gehele Oekraïense maatschappij. Er is al meer dan 500 mld Euro aan schade toegebracht aan het land. Miljoenen Oekraiense burgers hebben hun huis verloren en zijn op de vlucht. Dagelijks sterven er burgers door de Russische raket en drone beschietingen op Oekraïense steden. Kinderen moeten naar school in klaslokalen in ondergrondse metrostations. Geen nacht zonder luchtalarm. We zijn getuige geweest van de oorlogsmisdaden in Bucha en Irpin, van de slachtingen tijdens de belegering van Mariupol die waarschijnlijk 100000 burgers het leven heeft gekost. Van martelingen en verkrachtingen, en van de deportatie van duizenden kinderen. Cijfers waar achter onnoemelijk leed schuilgaat.
Voor Oekraïne is dit een existentiële strijd, een strijd om het voortbestaan, om haar identiteit en cultuur. Om vrijheid. Indrukwekkend is de wijze waarop de land weerstand biedt, een volk verenigd en aangespoord door Zelensky, die voor Oekraïne is wat Churchill was voor Engeland in 1940. Voor Oekraïne zal de strijd net zo lang doorgaan totdat, zo stelde Zelensky recent, geheel Oekraïne bevrijd is en Rusland niet meer durft aan te vallen. En Europa beseft dat de Russische agressie niet stopt bij Oekraïne. Logisch dat Finland en Zweden toetreden tot de NAVO. Logisch ook dat de Baltische staten de NAVO hebben verzocht om een veel sterkere afschrikkingsstrategie.
De Schaduw van München
We beseffen dat na 81 jaar onze veiligheid weer op het spel staat. Ten eerste, we herdenken 81 jaar vrijheid in de schaduw van de oorlog in Oekraïne. De grootste oorlog op Europees grondgebied sinds 1945. Een genocidale oorlog niet verder dan 3 uur vliegen hiervandaan. Een oorlog die al tienduizenden Oekraïense burgers het leven heeft gekost. Waarin Rusland dagelijks meer dan 100 drones en raketten op Oekraïense steden en dorpen afvuurt, zoals ook gisteravond weer. Waar stelselmatig huizen, energiefaciliteiten en spoorwegen worden gebombardeerd.
Het is een ideologische strijd die dat autocratische regime voert tegen onze manier van leven, tegen democratie, tegen liberale waarden en normen. In de ogen van Poetin en de zijne is het een beschavingsoorlog en wij in Europa worden beschouwd als een existentiële dreiging voor Rusland. Een revanchistisch regime dat zichzelf als grootmacht ziet en er op uit is om Oost-Europese landen weer als vazalstaten onder de vleugels te krijgen. Dat er op uit is om de hoekstenen van onze welvaart en veiligheid, de NAVO en EU, uiteen te doen vallen. Een imperialistisch regime dat Rusland weer terug wil brengen naar het Tsaristische rijk uit de 19de eeuw. Een ultranationalistisch regime dat de grenzen in Europa opnieuw wil trekken, desnoods onder dreiging met de inzet van atoomwapens. Een regime dat net als in de Tweede Wereldoorlog een strategie van totale oorlog voert, en er niet voor terug deinst om hele steden te vernietigen ook al sneuvelen er dagelijks meer dan 1000 Russische soldaten.
Een regime dat al in 2016 in München ons vertelde dat het in een nieuwe koude oorlog met Europa is verwikkeld. We zien nu net als na 2014 een toename van sabotage activiteiten die stabiliteit in Europese landen moet ondermijnen. We zien net als in het afgelopen decennium cyberaanvallen, het verspreiden van desinformatie in social media, en beïnvloeding van politici en verkiezingen. We zien nu ook brandstichting bij militaire industrieën in Europa, het storen van GPS navigatie voor burgervliegtuigen rond de Baltische staten. En ook in Nederland zien we de agressie in ongewenste drone activiteiten rondom kritische infrastructuur.
Maar de onvoorstelbare weerbaarheid van het Oekraïense volk toont ons dat het mogelijk is om weerstand te bieden en met de verschrikkelijke offers die dat kost, herinneren de Oekraïners ons eraan hoe waardevol vrijheid is. Oekraïne heeft al 4 jaar de Russische invasie weten te weerstaan, tegen alle verwachtingen in. En Oekraïne koopt nu tijd voor ons om ons voor te bereiden en er voor te zorgen dat de toekomst anders verloopt dan na 1938.
Maar ten tweede we herdenken hier vandaag ook in de schaduw van München 2025. De essentie daarvan is dat Europa er van uit moet gaan dat het voortaan zeer waarschijnlijk zonder de VS moet zorgen voor Europese veiligheid. De VS zal steeds minder bijdragen aan de verdediging van Europa en het is zelfs onzeker of de Verenigde Staten in de toekomst nog wel als democratie kan worden beschouwd.
In februari 2025 zagen we in hoe president Zelensky door Trump werd geschoffeerd. De VS stopte met militaire en financiële steun aan Oekraïne en zette dat land onder druk om concessies te doen aan Rusland om daarmee de oorlog te beëindigen. De vergelijking met 1938 doemt ook hier op. Op 30 september 1938, gaf het Westen in München toe aan de politieke intimidatie van Hitler in een poging om een oorlog te voorkomen. Daarmee veroordeelde het Tsjechoslowakije tot een Duitse bezetting. Hitler zag zijn agressie beloond. Het Witte Huis onder president Trump is eveneens bereid Rusland te belonen voor haar agressie. De gebieden die Rusland heeft veroverd, mag het als het aan Trump ligt, houden. Trump weigert Oekraïne een veiligheidsgarantie te geven. Trump accepteert daarmee dat in de toekomst grenzen met militair geweld kunnen worden verschoven.
In München vorig jaar waarschuwde de vice-president JD Vance bovendien dat de VS niet meer dezelfde waarden als Europe deelt. Ideologisch schurkt het Witte Huis met de MAGA beweging tegen extreem rechtse anti-democratische stromingen. Al jaren geleden zei Trump dat de VS de NAVO moest verlaten en die dreiging herhaalde hij in het verkiezingsjaar. Tijdens de NAVO top in Den Haag in de zomer vorig jaar lijkt Europa Trump binnen de NAVO te kunnen houden, met de belofte versneld fors meer in defensie te investeren en daarmee de afhankelijkheid van de VS te verminderen. Maar in september rolt Trump in Alaska de rode loper uit voor de oorlogsmisdadiger Poetin.
Het wordt duidelijk dat dit Witte Huis, net als Poetin en Xi Jinping denkt in imperialistische visioenen waarbij de wereld wordt verdeeld in drie grote autoritaire machtsblokken, ieder met eigen invloedsferen. Dit is het equivalent van Großraumpolitik uit het interbellum waarin regionale hegemonistische staten de regels dicteren in hun invloedsfeer en kleinere landen hun vrijheid inleveren. Een ‘neo-royalty’ wereldorde waarin de belangen van oligarchen, autoritaire leiders en big tech bedrijven elkaar overlappen en prevaleren boven de belangen van staten en mensenrechten. Europa en liberale democratische staten hebben daarin geen plaats. Waar de VS eens gezien werd als een baken van democratie drijft de VS ideologisch weg van Europa.
Met de publicatie van de Amerikaanse Veiligheidsstrategie eind november werd dat beeld indringend bevestigd. De prioriteit van de VS ligt bij de ‘Western Hemisphere’, als tweede wordt China genoemd, Rusland wordt gezien als toekomstige handelspartner. Europa wordt vooral weggezet als continent waar landen hun soevereiniteit verloren hebben en de christelijke beschaving bedreigd wordt door liberale waarden en niet-westerse immigratiestromen. ‘Civilizational Erasure’ dreigt, stelt de veiligheidsstrategie. De EU wordt gezien als directe bedreiging voor de Amerikaanse economie. De VS zal zich daarom inspannen – een culture war - om invloed uit te oefenen in Europese landen zodat zij hun soevereiniteit en christelijk-conservatieve wortels hervinden en de invloed van de EU zal afnemen. Internationale instituties en het internationale recht worden niet langer als relevant beschouwd want leggen de Amerikaanse macht aan banden. De wereld is er een van ‘hard power’ waarin Trump driftig economische middelen zoals een tarievenoorlog en sancties hanteert, niet richting Rusland maar juist richting Europa. Ook in de bizarre dreiging richting Canada en Groenland komt de neo-imperialistische visie naar voren: deze landen moeten in de toekomst nieuwe Amerikaanse staten worden. Het einde van de NAVO dreigt, niet voor het eerst, maar het politieke fundament – vertrouwen – is dan inmiddels vrijwel weggeslagen.
Als wereldleiders bijeenkomen voor de veiligheidsconferentie in München van dit jaar draagt het conferentie-rapport de titel Under Destruction. De kern is dat de VS afscheid heeft genomen van het geloof dat multilaterale instituties, allianties en universele regels en normen niet een beperking maar juist een versterking zijn van de Amerikaanse machtspositie. Ook is de overtuiging verdwenen dat een open internationale orde, economische integratie en samenwerking tussen liberale democratieën welvaart en veiligheid bevorderen, juist voor de Verenigde Staten. In plaats daarvan ontmantelt Trumps illiberale-nationalistische beleid actief in hoog tempo de fundamenten van de internationale rechtsorde. Het is dan duidelijk, nog meer dan in zijn eerste regeringsperiode toen Trump al werd afgeschilderd als de wrecking ball van de internationale organisaties en democratie, dat de VS onder Trump een ‘predatory hegemon’ is geworden. Het rapport concludeert dat ‘as a result, more than 80 years after construction began, the US-led post-1945 international order is now under destruction.’ Maar waar Trump hiermee De VS denkt weer ‘great’ te maken, is de verwachting eerder dat deze nieuwe ‘post-American order’ eigenlijk de zelfmoord van een supermacht betekent.
Even later, op 28 februari, begint Trump, samen met Netanyahu de illegale oorlog tegen Iran, een oorlog met dramatische, en voorspelbare mondiale economische gevolgen. Een oorlog die voor de VS ook contraproductief uitpakt want militaire superioriteit leidt niet tot de gewenste politieke omwenteling in Iran en de beoogde strategische doelstelling: het definitief ontmantelen van het Iraanse atoom programma. Bovendien toont het de limieten van de Amerikaanse militaire munitievoorraden, het versterkt de positie van China en Rusland, ondermijnt het vertrouwen van de Golf Regio in de VS, en ook de status van de VS als supermacht. En nogmaals dreigt Trump met de terugtrekking uit de NAVO.
Maar al na de conferentie in Davos in februari, wanneer Trump wederom zijn Europese bondgenoten schoffeert, is het voor Canada en Europa duidelijk: het Westen zoals we het kenden heeft opgehouden te bestaan. De Canadese premier Carney stelde terecht dat ‘This is a rupture not a transition…the beginning of a brutal reality where the geopolitics of the great powers is subject to no constraints”. De EU, bij monde van von der Leyen concludeerde “We now live in a world defined by raw power, whether economic or military, technological or geopolitical. In an increasingly lawless world, Europe needs its own levers of power.” Macron zag een wereld ‘heading towards a “rule-free” system, where imperialist ambitions weigh heavily on multilateralism; the international bodies that once served to resolve problems are weakened, even abandoned; the US “is openly seeking to weaken and subordinate Europe”.
Europa staat er alleen voor en moet haast maken met het zekerstellen van haar veiligheid en vrijheid, en van Oekraïne. Defensie uitgaven moeten snel worden verhoogd zodat ook zonder de VS de afschrikking-strategie geloofwaardig is. De NAVO moet worden ge-Europeaniseerd, en er wordt gezocht naar flankerende veiligheidsstructuren mocht de NAVO daadwerkelijk tijdens een crisis buiten spel staan door een veto vanuit de VS. Vandaar ook dat Europese landen serieus het voorstel van president Macron bestuderen om de Franse nucleaire macht te gaan beschouwen als Europese nucleaire afschrikkingsparaplu.
De terugkeer van fascisme?
De ontmanteling van de internationale rechtsorde wordt in de VS weerspiegeld in de snelle doelgerichte verlamming van democratische instituten. Waar Hitler in een jaar de democratie in Duitsland vermorzelde zien we hoe Trump in de VS binnen 100 dagen de fundamenten van de rechtstaat uitholt, net zoals dat in Hongarije al eerder gebeurde. De vraag voor ons is nu, herkennen wij wat er nu gebeurt in de VS, maar ook om ons heen, als
- De uitslag van verkiezingen niet wordt geaccepteerd
- Racistisch geweld wordt aangemoedigd
- Uitspraken van rechters worden genegeerd
- Advocaten en rechters worden geïntimideerd en zelfs gearresteerd?
- En toezichthoudende organisaties worden ontmanteld
Beseffen we wat het betekent als
- Kritische media de mond worden gesnoerd en als vijand van het volk worden bestempeld
- kritiek wordt bestempeld als extremisme en terrorisme
- Universiteiten worden gesommeerd te stoppen met liberale onderwijsprogramma’s
- immigranten worden betiteld als ongedierte
- democraten als ‘the enemy within’?
Begrijpen we wat er gebeurt
- Als leugens worden verkocht als waarheid
- Als boeken zoals het dagboek van Anne Frank verboden worden voor scholen, maar Hitler’s Mein Kampf niet
- Als geschiedenis over het slavernijverleden wordt vervalst of uitgewist
- Als wetenschappers de mond worden gesnoerd
- Als feiten er niet toe doen
- En propaganda en haat de plaats in neemt van beleid en empathie
Durven we het een naam te geven als
- Antichristelijk gedrag moet worden gemeld en geregistreerd
- De rechten van specifieke groepen mensen zoals vrouwen, Moslims, zwarten, homo’s, en transseksuelen worden ontmanteld
- Immigranten zonder proces worden gedeporteerd
- Deportatiecentra worden opgezet
- Zwaar bewapende inspecteurs in treinen vragen naar identiteitsbewijzen
- Als Trump zegt ambtenaren en generaals te willen die loyaal zijn aan hem en niet aan de grondwet, net zoals Hitler die had?
- Als Trumps adviseurs de Hitlergroet brengen?
De Economist bestempelde Trump in 2024 al als grootse dreiging voor mondiale veiligheid. In oktober vorig jaar concludeerde de New York Times dat onder Trump de VS na 10 maanden al hard op weg was richting een autoritaire regime. Al eerder stelden Duitse gezaghebbende tijdschriften zoals Der Spiegel en Bildt dat met Trump een neofascistische president aantrad. En de NYT concludeerde na de moord door ICE agenten op Renee Nicole Good, de moeder van drie jonge kinderen, en Alex Pretti, en verpleger, dat, inderdaad, dit is fascisme.
Zeker met het einde van de Koude Oorlog verwachtte iedereen in het westen dat de kenmerken van onze open welvarende maatschappijen – democratie en liberale ideeën - zich zouden uitspreiden naar autoritaire staten. De strijd tussen de ideologieën was overtuigend gewonnen door democratie, fascisme en communisme waren verslagen. Maar niemand verwachtte dat autocratie en het antiliberale gedachtegoed zich zou verspreiden in en naar de democratische wereld. Niemand verwachtte dat fascisme weer de kop op zou steken. En niemand had daadwerkelijk verwacht dat de democratie in de VS kon afsterven.
Terug naar 1938?
De Nederlandse inlichtingendiensten herhaalden recent de conclusie van de Duitse bondskanselier Merz: we leven tussen vrede en oorlog. De Russische dreiging is evident. Rusland zal doorgaan met desinformatiecampagnes, het beïnvloeden van Nederlandse en Europese parlementariërs, het instigeren van maatschappelijke onrust, met sabotage activiteiten en cyberaanvallen. Want Rusland bereidt zich voor op een langdurige confrontatie met het Westen en is bereid om steeds meer risico te lopen. Vele Europese landen achten zelfs een directe militaire confrontatie met Rusland binnen de komende 5 jaar een reële mogelijkheid. En al binnen 1 jaar kan Rusland een beperkte militaire operatie uitvoeren richting een van de Oost-Europese lidstaten om daarmee de politieke cohesie van het bondgenootschap te testen. Europese krijgsmachten zijn gesommeerd om zich daar op voor te bereiden en in hoog tempo militaire capaciteiten te versterken voor een meer geloofwaardige afschrikkingsstrategie, ook met het oog op het risico dat de VS weigert met militaire middelen bij te dragen.
Versterking van onze maatschappelijke weerbaarheid tegen hybride dreigingen is eveneens een essentiële maatregel. Al in 2016 verstuurde de Zweedse overheid aan 4.8 miljoen huishouden een pamflet waarin de bevolking werd gewaarschuwd voor mogelijke sabotage acties waardoor elektriciteit, internet of gas niet meer beschikbaar waren in het huishouden. Het riep op om daarop voorbereid te zijn en dus weerbaar. Het neemt ook maatregelen om de nationale kritische infrastructuur te beschermen tegen sabotage. Tien jaar later ontvingen ook wij in Nederland een dergelijke oproep van onze overheid in het streven om onze weerbaarheid als maatschappij te verhogen.
Europa is nu de hoeder van het democratische liberale ideaal, Maar ook in Europa nemen antidemocratische invloeden toe, zoals in Duitsland, Frankrijk, en het Verenigd Koninkrijk. De positieve uitkomst van de verkiezingen in Hongarije kunnen dat niet verbloemen en de recente uitkomst van een pro-Russische kandidaat in Bulgarije onderstreept dit. Zoals von der Leyen terecht stelde, onze democratieën staan onder interne en externe druk. Hier nog geen sprake van fascisme, maar we van illiberaal extreemrechts populisme.
Dat geldt ook voor Nederland. Binnenlandse en buitenlandse dynamieken grijpen hier op elkaar in. Externe negatieve ontwikkelingen buiten ons verstoren ons maatschappelijk evenwicht concludeert een HCSS rapport recent. Oorlogsdreiging, onvrede over migratie, zorg over de Nederlandse identiteit, de invloed van hybride dreigingen zoals cyberaanvallen, de traagheid van besluitvorming van het Nederlandse poldermodel, economische tegenwind voor sommige groeperingen in het land, het gevoel van individuele kwetsbaarheid, de ontwrichtende werking van georganiseerde misdaad, de vermeende ineffectiviteit van internationale organisaties zoals de EU en de NAVO, zorg om polarisatie en verhuftering in de maatschappij. De Europese democratieën, en democratie als politiek systeem, lijkt in deze nieuwe instabiele wereldorde het onderspit te delven tegen de autoritaire grootmachten en de invloed van de big-tech bedrijven. En de onvermijdelijke verdeeldheid van Europese landen maakt de EU niet slagvaardig genoeg. In het licht van deze lange lijst van interne en externe in elkaar doorwerkende factoren is het niet verrassend dat ook in Nederland het extreemrechtse gedachtegoed en het geloof in een sterke leider – Trumpisme – als oplossing aan aantrekkingskracht wint. Voor andere Nederlanders is dat precies een grote bron van zorg.
Kijken we wat abstracter naar de ontwikkelingen om ons heen, dan doemt bij veel analisten de vraag op, staan we dan aan de vooravond van een nieuwe wereld oorlog? Zouden we dat herkennen? Een terugblik in de geschiedenis is educatief. In de jaren dertig van de vorige eeuw kwam de wereld uit een grote pandemie, uit een economische crisis, de League of Nations was verlamd, in Italië en Duitsland ontsprongen autoritaire en fascistische ideologieën en politieke leiders, ieder met imperialistische ambities. In Azië zocht Japan toegang tot energiebronnen en uitbreiding van grondgebied. Italië viel Ethiopië aan in 1935, en Duitsland annexeerde het Rijnland (1936), Tsjechoslowakije en Oostenrijk (1938), om daarna met Rusland Polen binnen te vallen. In 1941 viel Japan Pearl Harbor binnen en verklaarde Duitsland solidair met Japan de oorlog aan de VS. Er bestonden veel verschillen tussen Duitsland, Japan en Italië, maar alle drie streefden imperialistische en antidemocratische doelstellingen na. Agressie van de drie landen leek initieel ook te lonen. En ook toen al leidde de verwevenheid van economieën in de wereld ertoe dat instabiliteit in een regio instabiliteit in een andere regio veroorzaakte want andere landen zagen door de agressieve politiek hun status, territoriale veiligheid of economische levensaders bedreigd.
De parallellen zijn verontrustend, en niet omdat de Corona crisis en de financiële crisis nog niet zo lang voorbij zijn. The Return of Total War was de titel van een invloedrijk artikel in Foreign Affairs eind 2024. We zijn in een ‘new era of comprehensive conflict’ beland was de conclusie. En Hal Brands verkent dit thema in zijn artikel ‘The Next Global War’, met als subtitel ‘How Today’s Regional Conflicts Resemble the Ones that Produced World War II’. De VS is met China in een felle economische competitie geraakt op het gebied van chips en kunstmatige intelligentie, datacenters, computertalent, energiebronnen en de toegang tot schaarse aardmetalen. De VS is bovendien militair niet meer dominant nu China de militaire capaciteiten afgelopen decennium heeft versterkt. De komende 5 jaar wordt niet uitgesloten dat China daadwerkelijk een poging zal doen om Taiwan in te lijven. Dit herbergt, net als het nu woedende conflict in de Golf Regio ook voor Europa grote risico’s voor de economische belangen
Revanchistisch Rusland heeft daarnaast de ogen op Europa gericht. En nu de VS zich van Europa heeft afgekeerd, militair zich over-gecommitteerd heeft in het Midden-Oosten en de Zuid-Chinese Zee, en Europa militair nog onvoldoende op eigen benen kan staan, ziet het Kremlin misschien een korte ‘window of opportunity’ om met een beperkte militaire operatie de geloofwaardigheid van de NAVO en EU te testen en haar status als grootmacht te bevestigen. Hal Brands laat zien dat een wereldoorlog niet ontstaat in een grote explosie van militair geweld, maar kan ontstaan als meerdere regionale conflicten met elkaar verbonden raken omdat grote landen zich er mee willen of moeten bemoeien omdat zij de indruk hebben dat hun belangen op het spel staan dan wel dat zij hun machtspositie er mee kunnen versterken. En dat vindt nu plaats in Oekraïne, de Golf Regio en in de Zuid-Chinese Zee.
Historische parallellen zijn altijd riskant om te maken. Maar daar waar Bevrijdingsdag geschiedenis ook hanteert om lessen te kunnen leren, is het terdege legitiem om dergelijke overeenkomsten te verkennen, ook om wellicht de verschillen te kunnen identificeren en de mogelijke maatregelen die een dergelijk doemscenario kunnen voorkomen. Het is dan ook niet verrassend dat momenteel boeken met de titel als The Next World War en De Naderende Storm in de boekwinkel liggen. Het doemscenario is niet onafwendbaar. Maar, zoals Brands zijn betoog afrondt, great catastrophies often seem unthinkable until they happen. As the strategic environment deteriorates, it’s time to recognize how eminently thinkable global conflict has become. En hij schreef dit nog voordat Trump in het Witte Huis aantrad.
Bevrijdingsdag tussen vrede en oorlog
Acht decennia al genieten wij vrijheid, decennia waarin onze opa’s en oma’s en onze ouders ons land weer opbouwden en omvormden tot een van de meest welvarende landen ter wereld. Een land met goed en betaalbaar onderwijs, goede gezondheidszorg, goede sociale zekerheid, een goede oude dag, goede infrastructuur, onafhankelijke rechtspraak, een rijk verenigingsleven, een land waarin iedereen mag meepraten en ook demonstreren. Een land waarin volgens internationale peilingen de gelukkigste mensen ter wereld leven en consequent prijken in de mondiale top 10 als het gaat over individuele vrijheid, persvrijheid, en vrijheid van meningsuiting. Dat vergeten we wel eens. Een land daarom om trots op te zijn, een land dat het waard is om te verdedigen. Een land met vrijheid als identiteit.
Wij, zondagskinderen, gingen ervan uit dat dat eigenlijk niet meer nodig zou zijn. Oorlog leek definitief uitgebannen uit Europa. Dat was naïef. Tot 2014 was die naïviteit wellicht nog te begrijpen. Na alle waarschuwingen sindsdien niet meer. De internationale rechtsorde en democratie, de politieke en ideologische fundamenten waarin onze vrijheden zijn verankerd en waardoor onze rechten worden beschermd, staan onder ongekende druk van buitenaf en van binnenuit.
Tot 2025 mochten we wellicht nog ervan uitgaan dat Europa samen met de VS de strategische uitdagingen – de dreiging van Rusland en de competitie met China - aankonden. Wat nieuw is sinds 2025, en uiterst zorgwekkend, is het besef dat de VS als bolwerk van democratie onbetrouwbaar is, dat juist de VS de fundamenten van de door de VS zelf gecreëerde internationale rechtsorde, en daarmee van onze veiligheid, niet alleen ondermijnt, maar dat het Witte Huis ook niet meer gelooft in de rol van de VS als hoeder van vrijheid en recht en zelfs bereid bleek de vrede in Europa te bedreigen. En tegelijkertijd zien we de herrijzenis van neofascistische impulsen.
Nederland, samen met Europese landen, is in allerijl, maar laat, begonnen met het optuigen van een geloofwaardige defensie en het versterken van onze maatschappelijke weerbaarheid. In hoog tempo ontwikkelen Europese landen individueel en gezamenlijk strategische, financiële en industriële initiatieven om economisch en militair onafhankelijker en weerbaar te worden. En om als democratisch blok zich ook te kunnen manifesteren als een grootmacht zodat de forten en fundamenten van onze vrijheid worden geborgd. Europese regeringsleiders en leiders van de NAVO en de EU zijn eensgezind in het besef dat onze existentiële belangen – onze vrijheid en rechtsorde - op het spel staan. Maar de vraag is of Europa, net als in 1938, niet te laat is.
Ik eindig met woorden die een brug slaan tussen gisteren 4 mei en vandaag, Bevrijdingsdag.
Vrijheid, onze lucht
Gisteren was de dag
Van de doden
Van hen die te vroeg stierven
Tevergeefs moesten wachten
Op vandaag
Gisteren was de dag
Van hen die vochten voor vandaag
De 28 gevallen Britse jongens
Hier naast deze kerk
Gisteren was de dag
Van hen die moesten vluchten
maar toch niet konden ontkomen
Van allen die anders geloofden
en als straf de zuurstof werd ontnomen
Daarom stonden we stil
Stopten de auto’s en treinen
Daarom zwegen onze kelen
Speelden de kinderen even niet
Twee lange serene minuten
Twee te korte minuten voor de doden
twee minuten in het besef
Op hun offers en lijden
Zijn onze tijden gebouwd
En zij die overbleven
Zij bouwden voor ons een huis
Maakten parken en straten
Herstelden scholen
En Vandaag?
Vandaag is van ons
Voor wij die leven
Vandaag is vrij
Want vandaag is de dag
Van vrijheid
We drinken het gulzig en onbewust want
Vrijheid is ons recht en dagelijkse brood
Niet te hoeven zwijgen
Te kunnen spreken met wie we willen
Waarover we willen
Te geloven wat we willen, of juist niets
Te kunnen reizen zonder grenzen
Te beminnen wie we willen
Vrijheid is voor ons als lucht
We ademen het, gedachteloos
Vrijheid is ook een baken
Op de horizon
Lokkend, maar voor velen nog buiten bereik
Vrijheid als hoop
Maar vandaag
vertrekt er weer een klein bootje
Met teveel mensen
Op zoek naar vrijheid
In deze beschouwing ligt ook een aansporing. Zoals de Jonge in Middelburg op 16 april de vraag stelde: ‘The rupture in our world order shakes us out of this complacency. It is a wake-up call. The question is: are we courageous enough to respond to this call?' Een terechte prangende en urgente vraag. Democratie kan alleen gedijen als mensen, wij, de instituten en gewoontes ervan koesteren en bereid zijn daarvoor zo nodig te vechten. Zijn wij dat? Voor de 28 Britse jonge militaire die hier naast ons in de erebegraafplaats liggen was dit acht decennia geleden, geen enkele vraag. Zij deden het. En zij waarschuwen ons de geschiedenis niet te vergeten. Ons te herinneren dat onze identiteit, onze driekleur, niet met nationalisme, eenvormigheid en polarisatie samenvalt maar met vrijheid, tolerantie, openheid, en pluriformiteit, moderatie, compromis, samenwerking, en met vertrouwen in de buren, ongeacht hun kleur, taal of geloof.
Als we ook beseffen dat op dit moment er wereldwijd 130 gewapende conflicten zijn, 2x zoveel al 15 jaar geleden, als we beseffen dat er mondiaal meer dan 117 miljoen mensen op de vlucht zijn en ontheemd, als we beseffen dat duizenden bewoners van de AZCs in Nederland, ook die in de straat waar ik woon, niet vrij zijn, als we daardoor beseffen op welk moreel, politiek, financieel en menselijk kapitaal onze rechtstaat is gebouwd en hoe groot de immateriële rijkdom is die wij vrijheid noemen, en hoe kostbaar, dan mogen wij ook dit jaar Bevrijdingsdag uitbundig vieren. Zoals Hafedh dat doet, die bij ons in de straat woonde in het AZC en nu in Zeist herenigd is met zijn gezin. Nederland, zei hij, is een geschenk. Daarom viert hij Bevrijdingsdag."